Uienteelt rss feed www.uienteelt.nl

Bewaring


Algemeen
Om over een zo lang mogelijke periode een kwalitatief hoogwaardig product te kunnen afzetten, is een goede bewaring van groot belang. Tijdens de bewaring dient er dan ook naar gestreefd te worden om de kwalitatieve en kwantitatieve verliezen tot een minimum te beperken.

Naast een goed uitgangsproduct is het voor een succesvolle bewaring zeer belangrijk dat de uien direct na de oogst snel en goed worden gedroogd. Met name in de halzen en wortels zit aanvankelijk nog veel vocht. Na het drogen dienen de uien te worden teruggekoeld naar lagere temperaturen. Bij lage bewaartemperaturen worden zowel de celdelingsactiviteit als ook de celstrekking van de scheut vertraagd waardoor de uien beter in ‘rust' worden gehouden.

Gekoelde bewaring is alleen mogelijk in goed uitgeruste en geïsoleerde bewaarplaatsen. Hierin kan het product losgestort worden opgeslagen waarbij via een luchtverdeelsysteem van boven- of ondergrondse kanalen de koellucht door het product kan worden gestuwd. Ook kan het product in m³-kisten worden opgeslagen waarbij middels een drukwand of via ruimtelijke beluchting wordt gekoeld.

De meeste uien in Nederland worden gekoeld met buitenlucht. Uien die voor late afzet lang moeten worden bewaard, worden vaak opgeslagen in bewaarplaatsen die zijn uitgerust met een mechanisch koelsysteem.

Optimaal drogen van uien in 4 stappen


Eerste stap: geleidelijk opwarmen
Zodra de uien binnenkomen met buitenlucht ventileren en naar 20 of 30°C product- temperatuur opwarmen. Dit wordt bereikt door buitenlucht met een temperatuur van 2-3°C boven de gemeten producttemperatuur in te blazen. Dit om condensvorming elders in de hoop te voorkomen. Het drogen zo nodig ondersteunen met kachels. Bij de keuze voor 30°C snel opstoken om zo vlot mogelijk het traject van 20-25°C te doorlopen.

Tweede stap: vasthouden van de temperatuur en nadrogen
In deze periode moeten alle uien gelijkmatig droog worden. Dit betekent dat de ventilatoren continue extern of intern moeten draaien. Bespaart u hier niet op, omdat anders snel verkleuring van de huid of schimmelvorming kan optreden. Met dit proces kunt u stoppen als de halzen niet meer rollen tussen de vingers en bij openpellen van de hals geen vocht meer wordt gevoeld. De binnenkant van de binnenste buitenrok voelt dan stroef aan.

Derde stap: afbouw van de temperatuur
Afbouwen van 20°C gaat met een snelheid van 0.5°C per etmaal, komend van 30°C mag de eerste tien graden met 1°C per etmaal. Ventileer hiervoor overdag met buitenlucht (dit bevat het minste vocht) met een temperatuur 3°C onder de producttemperatuur. 's Avonds en 's nachts intern ventileren ter voorkoming van condensatie: iedere 3 uur een kwartier of elk uur 5 minuten. De temperatuur van de uien mag niet onder de gemiddelde dagtemperatuur komen te liggen voor dat moment van het jaar (op te vragen bij KNMI). Er kan dan namelijk niet voldoende met buitenlucht worden geventileerd als de buitentemperatuur weer wat hoger wordt; het product kan natslaan. Bij buitenluchtkoeling de uiteindelijk te bereiken product- temperatuur niet onder de 5-6°C laten zakken. Dit is verleidelijk maar levert altijd problemen op zodra in een warmere periode moet worden geventileerd.

Vierde stap: bewaarperiode, droog belangrijker dan koud
Blijf de eerste 6 weken na het drogen 8-9 uur per etmaal ventileren, daarna steeds ± 4 uur per etmaal. Als zich een koude of warmteperiode voordoet, wordt met intern ventileren voorkomen dat in de hoop temperatuurverschillen ontstaan die leiden tot het natslaan van de uien.

Controle uienhoop
Het streven is de uien altijd droog te houden. De hoop moet kraken als u eroverheen loopt. Een natte of ‘sloffe' uienhoop gaat snel achteruit. Aanwezige watervellen gaan gemakkelijk rotten.

Een goed hulpmiddel om te controleren of u het goed doet, is een aantal uien doormidden snijden en deze her en der op de uienhoop neer te leggen. Wanneer ze vrij blijven van schimmelgroei, doet u het goed. In het andere geval zult u meer moeten ventileren (intern, zo mogelijk extern).

afdekken bewaring
Vroeger werden uien in de winter "buiten" bewaard. Voor zover niet direct voor export in aanmerking komend, worden de uien in lange "juin-rennen" opgeslagen , schuurtjes van latwerk. Een goed gezicht op de ren die, zodra ze gevuld is, met stro wordt afgedekt.


Praktische tips
  • Ventilatie lucht nooit warmer dan 3ºC dan product temperatuur.
  • Zorg voor gering temperatuur verschil in de partij nooit meer dan 1á 2ºC bij grote verschillen eerst intern draaien.
  • Nooit koelen voordat het product 2 weken droog is Streefwaarde RV optimaal 75% dit 14 dagen houden dan pas koelen.
  • Als het product een RV van 75% heeft ventileer dan zolang als nodig is om dit te houden, dit hoeft niet 24 uur per dag maar bijv. 4 uur intern en 4 uur extern ventileren.
Download hier de bewaringsadviezen van De Groot en Slot

Bron:
De Groot en Slot Allium B.V.
Postbus 28
1720 AA Broek op Langedijk
Telefoon: +31 (0) 226 -33 12 00
Fax: +31 (0) 226 -33 12 12
Internet: http://www.uienzaad.nl/
E-mail: info@uienzaad.nl

De Groot en Slot aanvaart geen aansprakelijkheid voor de gegeven adviezen.

 


Sponsors

Sitemap | Links | Disclaimer naar boven print
Copyright © 2000 - 2010 Uienteelt.nl | Endless webdesign