Teeltadvies
Bij de start van de teelt valt er nog veel te optimaliseren. Een snelle, ongeremde opkomst kan tweewassigheid voorkomen en resulteert in aanzienlijk hogere opbrengsten. Tweewassigheid gaat altijd gepaard met opbrengst- en kwaliteitsverlies. Tweewas problemen achtervolgen u het hele seizoen en dat wordt veroorzaakt door drie factoren:
De later opgekomen plantjes krijgen de herbicidenbespuiting in een te vroeg stadium. Stress en groeiproblemen zijn het gevolg, de tweewas wordt versterkt en de plantjes kunnen zelfs afsterven. Bij de later opgekomen planten vindt de bolinductie te laat plaats, waardoor ze onvoldoende uitgroeien en uiteindelijk ook niet echt "rijp" groeien. Te kleine, zachte uien en peervorming zijn meestal het gevolg. De MH-behandeling is moeilijk te timen. Omdat veel uien nog in de groeifase zitten bestaat het risico de ui voos te spuiten. De kleinere planten zijn vaak ook moeilijker met MH te raken.
Uniformiteit verbeteren
Tweewassigheid is te beperken door goed te ploegen, gedeelde bemesting toe te passen, het zaaibed zorgvuldig voor te bereiden en de juiste zaaitechniek te gebruiken .
Gebruik van geprimed zaad geeft daarboven het beste rendement van uw inspanningen (zie 'Geprimed zaad')
Bemesting
Bijmesten met Stikstof en Kali.
Hoeveel en wanneer geven we de laatste stikstofgift?
De basisbemestingen met stikstof (N), fosfaat (P2O5)en Kali (K2O) zijn al enige tijd uitgevoerd. Er kan nog een bijmesting plaatsvinden met stikstof (3e gift) al of niet in combinatie met Kali. Om tot een goede en totale opname te komen dient de laatste bijmesting gegeven te worden als het eerste echte blad ongeveer 12-15 cm lang is. Let daarbij op dat de totale bemesting van 120-180 kg N / ha niet overschreden wordt!
Bepalend hierin is de grondsoort waarop de uien staan en de hoogte van het humusgehalte. Lichte gronden houden minder stikstof vast terwijl humusrijke gronden meer nalevering van stikstof door extra mineralisatie geven.
Een te zware bemesting leidt meestal tot kwaliteitsverlies, hetzij door meer ziektedruk dan wel een lossere groei van de ui. Daar dit jaar onvoldoende mogelijkheden aanwezig zijn om valse meeldauw effectief te bestrijden is een te zware bemesting een riskante zaak vanwege een te weelderige bladontwikkeling en daardoor ook een langere blad-nat-periode.
Externe link bemestingsadvies bouwland
Kali in combinatie met stikstofbemesting
Het is gunstig om samen met de stikstof ook wat kali te doseren. Uien hebben een relatieve ondiepe beworteling waardoor kali onbereikbaar kan zijn voor de plant. Tevens kan kali-fixatie een rol spelen.
Verder wordt met een kaligift bereikt:
- continuering van een stabielere en gezondere groei
- sterkere structuur in de opbouw van de cellen in de uienbol
- stikstof bevordert een betere kali opname
- betere bol ontwikkeling waardoor deze ook harder wordt
Strooi kali in de herfst of winter, het liefst over de ploegsnede bij de eerste vorst.
Fosfaat uitsluitend voor het zaaien en grond bewerken toepassen.
Geef twee keer stikstof; kort na het zaaien en - eventueel met kali - in juni. Voer de bemesting uit als er regen wordt verwacht.
De stikstof bemestingen uitvoeren als er regen wordt verwacht.
Grondbewerkingen en zaaien
Ploeg het land zo vlak mogelijk.
Maak het land bij voorkeur in één keer klaar. Maak de grond egaal, ondiep los en druk deze aan met een packerwals of flexirol. Zaai kort na de grondbewerking om een goede pakking van het zaad te waarborgen.
Een goed afgestelde zaaimachine met aandrukrol bevordert een vlotte opkomst. Zaai op vaste grond en dek deze af met kruimige grond, die licht wordt aangedrukt. Hoe meer kluiten, hoe langzamer men moet rijden tijdens het zaaien. Zaai niet als er direct regen wordt verwacht. Hiermee voorkomt u verslemping. De grond moet minimaal een dag opgrijzen.
Geprimed zaad: uniforme opkomst
Een uniforme gewasgroei, vooral aan het begin van de teelt , is belangrijk voor het uiteindelijke rendement. De afgelopen jaren is veel ervaring opgedaan met geprimed zaad. Dit voorgekiemde zaad heeft een gunstig effect op een vlotte en uniforme start.
Geprimed zaad is al voorgekiemd. In een vochtig zaaibed wordt het kiemproces direct hervat, waardoor de plantjes bij een bodemtemperatuur van 7°C, drie tot vier dagen eerder en vrijwel tegelijk opkomen. De kans op tweewassigheid is hiermee een stuk kleiner.Ook geprimed zaad moet op een vaste ondergrond liggen om een goede aansluiting te verkrijgen. Dit voorkomt uitdroging. Van geprimed zaad hoeft 5-10% minder zaad te worden gebruikt. Vele telers maken inmiddels gebruik van geprimed zaad!
Teelthandelingen
Jonge uienplantjes zijn gevoelig voor stress. Herbicidebespuitingen leiden dikwijls tot uitval, soms zelfs 20%. Een te dunnen en onregelmatige stand is het gevolg. Spuit zeker niet in het vlagbladstadium. Kiemplanten van geprimed zaad komen vrijwel tegelijk in het vlagbladstadium, wat een goede timing van de bespuitingen vereenvoudigt.
Twee wassigheid is te beperken door goed te ploegen, gedeelde bemesting toe te passen, het zaaibed zorgvuldig voor te bereiden en de juiste zaaitechniek toe te passen.
Nieuwe methode voor onkruidbestrijding
Akkerbouwers en groentetelers kunnen dit voorjaar voor het eerst met een nieuwe methode van onkruidbestrijding aan de slag: de Minimum Letale Herbicide Doseringsmethode (MLHD). Deze methode zorgt ervoor dat minder onkruidbestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Hierdoor wordt niet alleen het milieu ontzien. De methode blijkt ook de gewasopbrengst te verhogen.
Groeistoornis in uienpercelen.
Korstvorming door hevige regenbuien en daardoor ook felle werking van chemische onkruidbestrijding, heeft een groot aantal percelen in de problemen gebracht. Trage groei, dunnere stand en geelverkleuring zijn hiervan de symptomen.
Het is sterk aan te bevelen deze percelen zoveel mogelijk te ontzien in de chemische onkruidbestrijding. Hoe zwakker het plantje, des te gevoeliger het is voor verdere onkruidbestrijding. Wellicht kunt u beter handmatig nog enig correctiewerk verrichten.
Ga deze percelen niet extra bemesten om ze op te peppen, omdat het dan nog later in de tijd wordt om te kunnen oogsten. Tenslotte gaat het er om kwaliteit en opbrengst te kunnen genereren!
Strijken van Uien.
Een gezond homogeen uiengewas strijkt uniform en kan gezond afrijpen.
Begin van het strijken van het loof van de zaaiuien.
Nadat de planten in bolvorming zijn gegaan en geen nieuw groen loof wordt gevormd, zal de bol sterk in omvang groeien en wordt gaandeweg de hals steeds zwakker. Deze verzwakking van de hals leidt er toe dat het loof, afhankelijk van de windsterkte, vroeger of later gaat strijken. Het strijken van het loof is een duidelijk zichtbaar teken van afrijping (Foto). Na het strijken zal het loof, afhankelijk van omstandigheden als ziektedruk en beschikbaarheid van stikstof en water, langzamer of sneller afsterven. Hoe sneller de ontwikkeling, dus hoe eerder de planten in bolvorming gaan, hoe eerder het gewas oogstrijp is (Visser et al., 1993 dpw.wageningen).
Wanneer uien niet willen strijken kunnen ze een handje geholpen worden. Door een brede balk aan een toolbar te bevestigen, met daaraan een glad plastic kleed met gewicht erin, kan men al rijdend het uiengewas plat strijken.
Deze handelswijze voorkomt extra tarra!!
Als een ui staand staat te sterven door b.v. een vroege meeldauw aantasting, gaat het inwendig vocht dat altijd vrijkomt bij afsterven, recht naar beneden via de recht opstaande bladstelen de hal in. Dit kan leiden tot bacterie en of schimmel infectie, zodat het uien tarra toeneemt. Als het loof mechanisch wordt omgelegd, kan de hals zich op natuurlijke wijze afsluiten waardoor de ui gezonder en het gewas uniformer afrijpt.
Uienoogst wanneer??
In het algemeen kan worden gesteld dat wanneer het gewas gestreken is en men de hals tussen duim en wijsvinger plat drukken kan, het oogst tijdstip is aangebroken. Het gewas heeft dan nog genoeg groen, om bruin verkleuring te kunnen voorkomen. Wanneer een uien gewas in de grond totaal afsterft verkleurd het en kan het vaal bruin worden. Het is beter een gewas groenig te rooien. Bij tegenvallend weer is het dan eerder mogelijk het gewas op te rapen dan dat men kan rooien, mits geen grond in het zwad aanwezig is. Men loopt zo minder risico het gewas niet meer te kunnen oogsten, door op de laatste kilo's te willen wachten. Daarnaast zal de kleur van uw ui er blanker en zonniger uit blijven zien, mits u in de bewaring de nodige lucht en verwarmingscapaciteit bezit. Ook uw voortdurende aandacht mag niet verslappen. Een uienbox moet fris blijven ruiken en ritselen.
