Uien demodag
home   /   nieuws  /   uienteelt_nieuws

Uienontbijt Uiendag Colijnsplaat: Van koprot naar toekomstgerichte uienteelt

Uienontbijt-uiendag-2026-hres.jpg Wat begon na een jaar met veel koprotproblemen, groeide uit tot een breed onderzoeksprogramma voor de Nederlandse uiensector. Tijdens het Uienontbijt op donderdag 27 augustus blikten vertegenwoordigers uit de uiensector, onderzoek, bestuur en praktijk terug op de resultaten en keken vooruit naar de verbinding met de Boerderij van de Toekomst.
  COLIJNSPLAAT - Het Uienontbijt is inmiddels een vast onderdeel van de Uiendag op Proefboerderij Rusthoeve in Colijnsplaat. Tussen 8 en 9 uur ontmoetten vertegenwoordigers uit de hele keten elkaar voor een inhoudelijk programma. Voorzitter van het UIKC, Cor van Oers, opende de bijeenkomst onder de titel ‘Beyond Uireka’ en gaf een korte stand van zaken van het onderzoek op de Rusthoeve. Daarna blikte Uireka-voorzitter Gijsbrecht Gunter terug op de start van het onderzoeksprogramma, tien jaar geleden.
 
“Het begon in 2015 op een bijeenkomst als deze. Na een jaar met veel problemen met koprot had de sector behoefte aan onafhankelijk en ketenbreed onderzoek.” In de eerste onderzoeksperiode lag de nadruk vooral op kwaliteit. Vanaf 2020 verschoof de aandacht meer naar duurzaamheid. Inmiddels is Uireka uitgegroeid tot een brede samenwerking met zo’n 80 private bedrijven en circa 100 actieve deelnemers aan werkgroepen. Ook telers zijn via BO Akkerbouw aangesloten, waardoor de hele keten vertegenwoordigd is.
 
Van onderzoek naar toepassing
Gunter noemde verschillende resultaten uit de afgelopen tien jaar, waaronder beslissingsondersteunende systemen, verbeterde bewaarmethoden en de onafhankelijke rassenlijst voor zaaiuien. Ook is onderzoek gedaan naar de risico’s van reststromen en mest voor ziekteoverdracht en is in kaart gebracht welke Fusarium-soorten pathogeen zijn.
Een belangrijke stap is volgens Gunter de commerciële Fusariumtoets die sinds vorig seizoen beschikbaar is. “Daarmee kan een boer het risico op Fusarium bepalen.” Ook op het gebied van teeltsystemen en water is veel kennis opgebouwd. Onderzoek naar onder meer telen op bedden en ruggen en innovatieve irrigatiesystemen kreeg deels vorm op de Rusthoeve. Daarnaast is meer kennis ontwikkeld over valse meeldauw en de bonenvlieg.
 
Van Uireka naar de toekomst
In 2026 ging Uireka een nieuwe vierjarige periode in, met nieuwe PPS’en rond onder meer insecten, uien- en bonenvlieg en valse meeldauw. Ook wordt samengewerkt met een bestaande PPS over trips. In totaal wordt in deze periode bijna 6 miljoen euro geïnvesteerd. Zeeland, Flevoland, Drenthe, Zuid-Holland, Groningen en Noord-Brabant vertegenwoordigen samen ongeveer 80 procent van het Nederlandse plant- en zaaiuienareaal. Deze provincies dragen ook financieel bij aan het programma.
 
Vervolgens richtte de volgende spreker de blik vooruit. WUR-onderzoeker Corné Lugtenburg vertelde over de Boerderij van de Toekomst Zuidwestelijke Delta en de landbouw richting 2040. “Er komt een hele set aan uitdagingen op ons af. De afzonderlijke doelen zijn vaak haalbaar, maar als je ze allemaal

tegelijk wilt realiseren, wordt het een stuk ingewikkelder. De vraag is daarom: hoe ver kunnen we komen als we verschillende maatregelen en doelen integraal benaderen?”
Volgens Lugtenburg ligt een belangrijke sleutel in het bundelen van bestaande kennis en oplossingen. Technisch zijn er al veel mogelijkheden, maar veel innovaties blijven steken in de pilotfase. De vier experimenteerlocaties van de Boerderij van de Toekomst moeten daarom een schakel vormen tussen onderzoek en praktijk. “Daar kunnen we laten zien hoe ver je komt als je verschillende maatregelen samenbrengt in één bouwplan en in de hele bedrijfsvoering toepast.”
 
Van losse proef naar integrale aanpak
De kennis uit de experimenteerlocaties en verschillende onderzoeksprojecten moet vervolgens gezamenlijk en effectiever naar de praktijk worden gebracht. Dat biedt volgens Lugtenburg ook kansen voor Uireka. “Uireka heeft al een goed georganiseerd netwerk. Dat kan een extra springplank zijn om kennis uit onderzoek niet alleen op bedrijfsniveau toe te passen in een afzonderlijk experiment, maar juist in een bouwplan en in de totale bedrijfsvoering.”
Daarbij is samenwerking tussen beleid, bedrijfsleven, ketenpartijen, telers en onderwijs onmisbaar. Ook kan de landbouw volgens Lugtenburg leren van ontwikkelingen in andere sectoren. “We moeten bundelen wat we al hebben en van elkaar leren om de volgende stappen te zetten.”
 
Verder was er tijdens het ontbijt aandacht voor de nieuwe teelthandleiding zaaiuien, die deze zomer verscheen, en voor de nieuwe rassenlijst zaaiuien voor teeltseizoen 2027. UIKC-voorzitter Cor van Oers legde de aanwezigen vervolgens enkele stellingen voor, wat leidde tot een levendige discussie. Zeeuwse gedeputeerde Arno Vael reageerde daarbij niet op één specifieke stelling, maar schetste in algemenere zin de frictie die hij voelt, zowel als boer als bestuurder: “Politiek en beleid lopen achter bij de klimaatverandering.”
 
Na het ontbijt bezochten de deelnemers de uienproeven en de beurs.
 
Volg de ontwikkelingen
Meer informatie op  uireka.nl en via LinkedIn, Facebook en Instagram.

 

Terug naar overzicht

  • Stuur als link